Nadat het paard besmet is gaat de bacterie zich vermenigvuldigen in de lymfeknopen van de onderkaak en de keel. De eerste dagen na de infectie merkt u nog weinig aan het paard. Na een paar dagen krijgt het paard koorts, hij/zij wordt sloom en wil meestal weinig, of niet meer, eten. Tegelijkertijd gaan de lymfeknopen tussen de kaaktakken en in de keelstreek opzwellen. De bacterie heeft in deze lymfeknopen abcessen gevormd, deze abcessen rijpen en zullen na een aantal dagen naar buiten (door de huid heen) of naar binnen (de mond of keelholte in) openbreken. Na het doorbreken van de laatste abcessen voelt het paard zich meestal snel beter.
De neusuitvloeiing van het paard is nog 3 tot 6 weken na het doorbreken van het laatste abces besmettelijk voor andere paarden. 75% van de paarden die droes krijgen bouwen voldoende immuniteit tegen de bacterie op om niet nogmaals ziek te kunnen worden.