Banner
Paarden Worm- mestonderzoek Paard ontwormen
Ontwormen van uw paard

Elk paard heeft wormen, als het om lichte besmettingen gaat zal het paard over het algemeen geen last hebben van deze wormen. Sterker nog: een lichte besmetting zorgt voor opbouw van de natuurlijke afweer tegen wormen. Wanneer gaat een paard dan wel last krijgen van wormen en wanneer moet er dan ontwormd worden? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden. Zoals u elders op onze website kunt lezen zijn er vele verschillende wormen. Door de verschillen in cyclus, voorkomen en behandelen is er geen standaard ontwormbeleid wat voor elk paard goed is. U zult het mestonderzoek en ontwormen van uw paard dus altijd per paard en in overleg met een paardenarts moeten doen. De paardenarts wil graag van u weten wat voor een paard u heeft en hoe u uw paard houdt (weide/stal/paddock). Daarnaast is het gewicht van het paard heel belangrijk, onderdoseren van wormmiddelen geeft namelijk aanleiding tot resistentievorming.

Bepaalde groepen paarden verdienen wat extra aandacht:

  • Drachtige merries
    Elke 6 tot 8 weken mestonderzoek laten doen. 6 weken voor de uitgerekende datum ontwormen. Op de dag van geboorte ontwormen (voor veulenwormen). Daarna weer elke 6 tot 8 weken mestonderzoek totdat het veulen gespeend is.
  • Jonge veulens
    Op 10 dagen leeftijd voor het eerst ontwormen (voor veulenwormen). Het eerste levens jaar elke 6 weken ontwormen. Bij jonge veulens kunt u niet elke wormkuur gebruiken! (géén moxidectine).
  • Jonge paarden (tot 3 jaar oud)
    Bij jonge paarden elke 6 tot 8 weken mestonderzoek uit laten voeren. Vooral de zomer en herfstmaanden zijn belangrijk. In het najaar ontwormen met moxidectine (voor de kleine bloedwormen die in winterslaap zijn) en praziquantel (voor lintwormen). Daarnaast minimaal 2 keer per jaar fenbendazol of pyrantel gebruiken (voor de spoelwormen).
  • Volwassen paarden (vanaf 3 jaar oud)
    Bij volwassen paarden elke 6 tot 8 weken mestonderzoek uit laten voeren. Vooral de zomer en herfstmaanden zijn belangrijk. In het najaar ontwormen met in elk geval praziquantel (voor lintwormen). Bij een volwassen paard dat herhaaldelijk niet ontwormd hoeft te worden na mestonderzoek kunt u de frequentie van het mestonderzoek af gaan bouwen tot ca. 4x per jaar (2x in het voorjaar, 2x in de zomer en in het najaar ontwormen tegen lintworm).

 

Wormbesmetting voorkomen.

Er zijn een paar simpele maatregelen die u kunt nemen om uw paard aan zo weinig mogelijk wormeieren bloot te stellen.

  • Weides 2 maal per week uitmesten.
  • Weides maaien (eieren en larfjes blijven langer in leven in vochtige omstandigheden en dus vooral in lang gras).
  • Nieuwe paarden eerst mestonderzoek van uitvoeren dan wel ontwormen voordat ze op de weides komen.
  • Veulenmest elke dag uit de stal halen.
  • Horzeleitjes van het paard verwijderen.

 

Resistentie

Een wormsoort noemen we resistent als bij goed ontwormen (dus vooral de juiste dosering) meer als 5% van de wormen in leven blijft. Er zijn al enkele wormen resistent voor bepaalde producten en dit mag vooral niet meer worden! Er zijn namelijk geen nieuwere wormmiddelen voor handen. Meer resistentie zou dus betekenen dat we paarden met een wormbesmetting in de toekomst niet meer kunnen behandelen.

Resistentie wordt in de hand gewerkt door:

  • Te vaak onnodig ontwormen.
  • Te lage doseringen gebruiken bij het ontwormen.
  • Met de verkeerde middelen ontwormen.

 

Mestonderzoek

Dierenkliniek de Kempen heeft een eigen laboratorium waar wij onder andere mestonderzoek van het paard uitvoeren. Tijdens mestonderzoek word onder de microscoop bekeken welke, en hoeveel, wormeieren er in de mest van uw paard zitten.

De volgende eieren kunnen gevonden worden:

mestonderzoek_024
Van links naar rechts: bloedwormei, spoelwormei en veulenwormeieren.

Alleen volwassen wormen produceren eieren. De eieren worden geteld en weergegeven als epg. Deze afkorting staat voor eieren per gram en houdt dus het aantal wormeieren per gram mest in (weergegeven per wormsoort). Veulenwormeieren en spoelwormeieren in de mest geven aanleiding tot direct ontwormen. Bij de bloedwormeieren gaat het om de hoogte van de epg. Immers een lichte besmetting met deze wormen draagt bij aan de natuurlijke weerstandsvorming van het paard. Paarden met een epg van 100 of minder hoeven, voor de bloedwormen, niet ontwormd te worden. Paarden met een epg van meer dan 250 moeten ontwormd worden. Voor paarden met een epg van tussen de 100 en 250 geldt dat het ontwormen gebeurt afhankelijk van de leeftijd en situatie van het paard.

Van sommige wormen worden geen eieren in de mest gevonden. Deze wormen zijn: lintwormen, longwormen, aarsmaden, horzellarven en kleine bloedwormen in winterslaap. Om een besmetting met deze wormen uit te sluiten kan gekeken worden naar de leeftijd en situatie van het paard (leeftijd/stalling e.d.). Daarnaast kan via bloedonderzoek gekeken worden naar hoeveel last het paard van parasieten heeft. Bij bloedonderzoek kan alleen bepaald worden of, maar niet van welke parasieten, het paard last van heeft.

 

Mestmonster nemen.

Zet uw paard in een schone stal of weide. Wacht tot het paard gemest heeft (zet het paard bijvoorbeeld ’s avonds in de schone stal en neem ’s morgens het monster). Pak met een plastic zakje de bovenste paar mestballen op (liefst zonder bodembedekking eraan). Breng dit zakje naar dierenkliniek de Kempen. U kunt uw mestmonsters tussen 8.30u en 17.00u op doordeweekse dagen en tussen 9.00u en 11.00u op zaterdag brengen. Mestmonsters worden nog dezelfde dag of de volgende (werk)dag bekeken, de uitslag wordt dan aan u doorgebeld. Kunt u uw mestmonster niet direct langsbrengen? Bewaard u het dan in de koelkast, dan komen de wormeieren in de mest niet uit.

 
||  All rights reserved Dierenkliniek de Kempen ©2012  
Webdesign & CMS powered by   Webdesign CMS: Jansen Internetservice