| Ontwormen van uw paard |
|
Bepaalde groepen paarden verdienen wat extra aandacht:
Wormbesmetting voorkomen. Er zijn een paar simpele maatregelen die u kunt nemen om uw paard aan zo weinig mogelijk wormeieren bloot te stellen.
Resistentie Een wormsoort noemen we resistent als bij goed ontwormen (dus vooral de juiste dosering) meer als 5% van de wormen in leven blijft. Er zijn al enkele wormen resistent voor bepaalde producten en dit mag vooral niet meer worden! Er zijn namelijk geen nieuwere wormmiddelen voor handen. Meer resistentie zou dus betekenen dat we paarden met een wormbesmetting in de toekomst niet meer kunnen behandelen. Resistentie wordt in de hand gewerkt door:
Mestonderzoek Dierenkliniek de Kempen heeft een eigen laboratorium waar wij onder andere mestonderzoek van het paard uitvoeren. Tijdens mestonderzoek word onder de microscoop bekeken welke, en hoeveel, wormeieren er in de mest van uw paard zitten. De volgende eieren kunnen gevonden worden:
Alleen volwassen wormen produceren eieren. De eieren worden geteld en weergegeven als epg. Deze afkorting staat voor eieren per gram en houdt dus het aantal wormeieren per gram mest in (weergegeven per wormsoort). Veulenwormeieren en spoelwormeieren in de mest geven aanleiding tot direct ontwormen. Bij de bloedwormeieren gaat het om de hoogte van de epg. Immers een lichte besmetting met deze wormen draagt bij aan de natuurlijke weerstandsvorming van het paard. Paarden met een epg van 100 of minder hoeven, voor de bloedwormen, niet ontwormd te worden. Paarden met een epg van meer dan 250 moeten ontwormd worden. Voor paarden met een epg van tussen de 100 en 250 geldt dat het ontwormen gebeurt afhankelijk van de leeftijd en situatie van het paard. Van sommige wormen worden geen eieren in de mest gevonden. Deze wormen zijn: lintwormen, longwormen, aarsmaden, horzellarven en kleine bloedwormen in winterslaap. Om een besmetting met deze wormen uit te sluiten kan gekeken worden naar de leeftijd en situatie van het paard (leeftijd/stalling e.d.). Daarnaast kan via bloedonderzoek gekeken worden naar hoeveel last het paard van parasieten heeft. Bij bloedonderzoek kan alleen bepaald worden of, maar niet van welke parasieten, het paard last van heeft.
Mestmonster nemen. Zet uw paard in een schone stal of weide. Wacht tot het paard gemest heeft (zet het paard bijvoorbeeld ’s avonds in de schone stal en neem ’s morgens het monster). Pak met een plastic zakje de bovenste paar mestballen op (liefst zonder bodembedekking eraan). Breng dit zakje naar dierenkliniek de Kempen. U kunt uw mestmonsters tussen 8.30u en 17.00u op doordeweekse dagen en tussen 9.00u en 11.00u op zaterdag brengen. Mestmonsters worden nog dezelfde dag of de volgende (werk)dag bekeken, de uitslag wordt dan aan u doorgebeld. Kunt u uw mestmonster niet direct langsbrengen? Bewaard u het dan in de koelkast, dan komen de wormeieren in de mest niet uit. |

Worm- mestonderzoek
Elk paard heeft wormen, als het om lichte besmettingen gaat zal het paard over het algemeen geen last hebben van deze wormen. Sterker nog: een lichte besmetting zorgt voor opbouw van de natuurlijke afweer tegen wormen. Wanneer gaat een paard dan wel last krijgen van wormen en wanneer moet er dan ontwormd worden? Die vraag is niet zo makkelijk te beantwoorden. Zoals u elders op onze website kunt lezen zijn er vele verschillende wormen. Door de verschillen in cyclus, voorkomen en behandelen is er geen standaard ontwormbeleid wat voor elk paard goed is. U zult het mestonderzoek en ontwormen van uw paard dus altijd per paard en in overleg met een paardenarts moeten doen. De paardenarts wil graag van u weten wat voor een paard u heeft en hoe u uw paard houdt (weide/stal/paddock). Daarnaast is het gewicht van het paard heel belangrijk, onderdoseren van wormmiddelen geeft namelijk aanleiding tot resistentievorming.

