Banner
Gezelschapsdieren Overige info Epilepsie bij hond en kat
Epilepsie bij hond en kat

Wat is epilepsie?

In de hersenen treedt er een verstoring op van de electrische activiteit, waardoor er ongecontroleerde bewegingen en/of een verandering van het bewustzijn plaatsvindt.

Er bestaan 2 soorten epilepsie: primaire epilepsie, zonder aanwijsbare oorzaak, en secundaire epilepsie, waarbij wel een oorzaak te vinden is.

 

Oorzaken:

Bij primaire epilepsie is dus geen oorzaak aan te wijzen. Wel is er een zekere mate van erfelijkheid aangetoond.

Secundaire epilepsie kan diverse oorzaken hebben: o.a. leverafwijkingen, hersentumoren, vergiftigingen, te laag suikergehalte in het bloed (hypoglycemie), hersenvliesontsteking, enz. Een behandeling van deze vorm van epilepsie begint met het behandelen van de achterliggende oorzaak. Primaire epilepsie komt het meest voor. De rest van dit artikel zal gaan over deze vorm van epilepsie.

 

Diagnose:

De diagnose wordt gesteld vanuit de anamnese, het lichamelijk onderzoek en het uitsluiten van andere oorzaken (o.a. een bloedonderzoek).

 

Voorkomen:

epileptie2
Bij katten komt
epilepsie zelden voor.

Epilepsie komt regelmatig voor bij honden. Bepaalde rassen, o.a. Labradors, Golden Retrievers, Border Collies, lijken gevoeliger voor het ontwikkelen van epilepsie. Zeer waarschijnlijk speelt erfelijkheid hierbij een rol.

 

Verschijnselen:

Er zijn 3 soorten toevallen te onderscheiden:

  • Partiële (gedeeltelijke) toevallen:
    Hierbij zijn bepaalde delen van het lichaam betrokken, bijvoorbeeld knipperen met een oog, trillen met een oor en het zogenaamde “vlieghappen”. Deze toevallen zullen niet altijd als epilepsie herkend worden door een eigenaar.
  • epileptie3Gegeneraliseerde (klassieke) toevallen:
    Het dier valt om, verliest het bewustzijn, het lichaam verstijft, er treden krampen op en de poten en kaken kunnen heftig bewegen. Ook kan het dier urine en ontlasting laten lopen. Schuimbekken kan voorkomen. Na een toeval kan het dier nog een tijd (minuten tot soms enkele dagen) ander gedrag vertonen. Dit kan variëren van versuft zijn tot juist overactief gedrag. Direct na een toeval kunnen sommige dieren schrikachtig reageren.
  • Atypische toevallen:
    Deze kunnen niet ingedeeld worden bij de 2 andere soorten. De gegeneraliseerde toeval komt het meest voor.

 

Wat te doen tijdens een toeval?

Blijf vooral rustig. Over het algemeen duurt een aanval hooguit een paar minuten en komt het dier er vanzelf uit. Het beste kunt u de patient met rust laten en zorgen dat ze zichzelf niet kunnen verwonden. Houdt de aanval 10 minuten of langer aan of ontstaan er telkens nieuwe toevallen, dan moet een dierenarts geraadpleegd worden. De dierenarts kan dan met bepaalde medicijnen de toeval(len) proberen te stoppen.

 

Behandeling:

Epilepsie kan over het algemeen goed worden behandeld met medicijnen. Middelen die gebruikt worden zijn Valium, Fenobarbital en Kaliumbromide. Afhankelijk van het effect van behandelingkan nader onderzoek nodig zijn. Er bestaan grote verschillen in effectieve doseringen tussen verschillende patiënten. Een behandeling wordt meestal gestart als duidelijk is hoe vaak de toevallen optreden, afhankelijk van ras en intensiteit van de toevallen. Krijgt een hond of kat hooguit een paar keer per jaar een toeval die een paar minuten aanhoudt, dan is een behandeling hiervan niet noodzakelijk. De levenslange medicatie is in deze gevallen is dan vaak belastender voor het dier dan een paar korte toevallen per jaar. Zelfs met medicatie lukt het niet altijd om een hond of kat helemaal epileptie-vrij te krijgen, maar de frequentie, ernst en duur van de toevallen zal meestal wel duidelijk verminderd worden. De levensverwachting van een patiënt met epileptie is goed te noemen.

 
||  All rights reserved Dierenkliniek de Kempen ©2012  
Webdesign & CMS powered by   Webdesign CMS: Jansen Internetservice